- Clave
Clave: het patroon van vijf slagen waar Cubaanse muziek op rust. Son- en rumbaclave, 3-2 en 2-3, de Abakuá-wortels en wat clave voor dansers betekent.
- Cha-cha-chá
De cha-cha-chá is een Cubaans dansmuziekritme van violist en componist Enrique Jorrín, die het volgens EcuRed al in 1948 bedacht; in 1953 werd het met de Orquesta América, een charanga uit Havana, een enorme hit. Het werd een van de meest succesvolle Cubaanse muziekexports van de 20e eeuw en verspreidde zich snel door Latijns-Amerika, Europa en Noord-Amerika.
- Pilón
De pilón is een Cubaans dansritme uit het begin van de jaren 1960, bedacht door componist Enrique Bonne en zanger Pacho Alonso, beiden uit Santiago de Cuba. De naam komt van de pilón, de uitgeholde stam waarin boeren koffie stampten.
- Brikamo
Brikamo (bricamo): Afro-Cubaanse religieuze traditie uit Matanzas, met wortels bij de Efó uit de Cross River-delta en nauw verwant aan de Abakuá.
- Tumbao
Tumbao: het herhalende patroon van piano, bas, tres, gitaar of conga in Cubaanse muziek. De tumbao per instrument en hoe timba ermee speelt.
- Mozambique
Mozambique: het dansritme van Pello el Afrokán (Havana, 1963), gegroeid uit de carnavals-comparsas, met trommels, bombo, bellen en trombones.
- Batanga
Batanga: het ritme van Bebo Valdés uit 1952, met voor het eerst een batá-trommel in een dansorkest. Bedoeld tegen de mambo, verloor van de cha-cha-chá.
- Batá-toques
Batá-toques: de gedeelde basisritmes van de Afro-Cubaanse batá-traditie, niet voor één Orisha, gespeeld bij het begin van ceremonies of als overgang.
- Cáscara
Cáscara: het patroon dat de timbalero op de metalen zijkant van de timbales speelt, in lijn met de clave. Waar je het hoort en wanneer de bel overneemt.
- Bombo-ponche
Bombo en ponche: de twee offbeats van de tresillo waarop de bastumbao van son en salsa rust, en waarom timba daarvan afwijkt.
Wie het ritme kent, danst met meer vertrouwen en muzikaliteit. Hieronder de belangrijkste ritmes per dansfamilie, met een link naar de pagina waar je er meer over leest.