New York

New York was in de 20e eeuw de tweede thuishaven van de Cubaanse muziek. Hier ontstonden de Afro-Cubaanse jazz en de mamborage van het Palladium Ballroom, en later de salsa.

Afro-Cubaanse jazz

  • Mario Bauzá kwam in 1930 naar New York voor een carrière in de jazz. In 1933 was hij leadtrompettist en muzikaal leider van het orkest van Chick Webb. In 1938 ging hij naar Cab Calloway.
  • Machito kwam in 1937 naar New York en richtte in 1940 de Afro-Cubans op. Bauzá was vanaf 1941 34 jaar lang de muzikaal leider. De band was een van de eerste die Afro-Cubaanse ritmes combineerde met jazzimprovisatie.
  • Tanga (1943) van Bauzá geldt als het eerste echte Afro-Cubaanse jazznummer.
  • Chano Pozo kwam in 1947 naar New York. Bauzá stelde hem voor aan Dizzy Gillespie, en op 29 september 1947 speelde hij met diens bigband in Carnegie Hall. Samen schreven ze Manteca. Op 2 december 1948 werd Chano Pozo in Harlem doodgeschoten.

Het Palladium Ballroom

Het Palladium Ballroom op de hoek van Broadway en 53rd Street opende op 15 maart 1946. De mamborage die in 1948 in de VS begon, begon hier.

  • De Big Three: Machito, Tito Puente en Tito Rodríguez.
  • Dansers: er waren wekelijkse danswedstrijden en gratis lessen op woensdag. Augie en Margo Rodríguez waren de mambokampioenen. Wat telde was of je kon dansen, niet je klasse of huidskleur.
  • Het Palladium sloot in 1966.

Salsa

In de jaren 70 maakten Puerto Ricaanse, Cubaanse en Dominicaanse musici in New York de muziek die als salsa bekend werd. Die is vooral gebaseerd op de son montuno, onder meer die van Arsenio Rodríguez, die in 1952 naar New York ging. Eind jaren 60 richtten Johnny Pacheco en Jerry Masucci het label Fania op. Celia Cruz zei het zo: "Salsa is Cubaanse muziek met een andere naam."


📝 Bronnen