Pello el Afrokán
Percussionist uit Havana: Pello el Afrokán bedacht in 1963 de mozambique, een nieuw dansritme dat net als de conga uit de carnavals-comparsas voortkwam.
Over
Pello el Afrokán heette Pedro Izquierdo Padrón. Hij werd op 7 januari 1933 in Havana geboren. Al in 1945, op zijn twaalfde, stond hij met zijn broers Gilberto en Roberto op het podium van het Teatro Martí. Hij overleed in 2000 in Havana.
In 1963 kwam het ritme voor het eerst op de Cubaanse televisie, in het programma Ritmos de Juventud.
- Bezetting: trommels, een bombo (grote trom), bellen, en trompetten en trombones.
- Clave: de Cubaanse mozambique staat in rumba clave.
- Dans: dansers buigen de knieën, gaan laag en tillen een voet op. De beweging mengt rumba, son en de twist.
- Bekende nummers: María Caracoles, later ook opgenomen door Santana, en Ileana quiere chocolate.
De mozambique was na een paar jaar alweer uit de mode, maar geldt als het eerste nieuwe genre van Cuba na de revolutie. Met zijn groep toerde Pello door Latijns-Amerika, Europa en Japan, en speelde hij in Carnegie Hall.
In New York maakte Eddie Palmieri in de jaren 60 een eigen ritme dat ook mozambique heet. Behalve de naam heeft het weinig met dat van Pello gemeen: het staat in son clave.
📝 Bronnen
Rumba is de meest Afrikaans gewortelde van alle Cubaanse muziek- en dansvormen. Ze ontstond eind 19e eeuw op de straten, binnenplaatsen en kades van Havana en Matanzas — zonder Europese instrumenten, zonder salon en zonder enige Europese deftigheid.
Lees meer >Cubaanse dansen die in Havana ontstonden
Havana, het culturele hart van Cuba, speelde een centrale rol in het ontstaan en de ontwikkeling van een aantal iconische Cubaanse dansen. Sommige zijn direct in de hoofdstad geboren, andere kregen daar de vorm die we nu kennen.
Lees meer >Cuba is het grootste eiland van het Caribisch gebied en de bakermat van enkele van de invloedrijkste muziek- en danstradities ter wereld. Afrikaanse, Spaanse en Franse culturele stromen kwamen hier in eeuwen koloniale geschiedenis samen en brachten een buitengewone creatieve cultuur voort die zich over de hele wereld verspreidde.
Lees meer >New York was in de 20e eeuw de tweede thuishaven van de Cubaanse muziek. Hier ontstonden de Afro-Cubaanse jazz en de mamborage van het Palladium Ballroom, en later de salsa.
Lees meer >Het drumstel (batería) is het westerse slagwerk met bassdrum, snare, toms, hi-hat en bekkens. In de Cubaanse dansmuziek werd het belangrijk met de songo van Los Van Van, en het is nu een vast onderdeel van de timba.
Lees meer >
De conga (ook wel tumbadora genoemd) is de primaire handtrommel van de Cubaanse muziek en de ritmische ruggengraat van timba, son, rumba en salsa.
Lees meer >
De claves zijn twee ronde stokjes van hardhout. Je slaat ze tegen elkaar en dan geven ze een hoge, scherpe tik die boven de hele band uit klinkt. Op de claves speel je het claveritme, het patroon waar de Cubaanse muziek op rust.
Lees meer >De trombone is de bepalende koperstem van timba. Waar eerdere Cubaanse populaire muziek voornamelijk steunde op trompetten, verlegde timba het koperzwaartepunt naar trombones — waardoor de muziek een dieper, donkerder en agressiever kopergeluid kreeg.
Lees meer >De mozambique is een Cubaans dansritme dat Pello el Afrokán (Pedro Izquierdo) in 1963 in Havana bedacht. Net als de conga komt het voort uit de comparsas van het straatcarnaval. Het geldt als het eerste nieuwe genre van Cuba na de revolutie.
Lees meer >