De íreme, in de volksmond diablito ("duiveltje"), is de gemaskerde danser van het Abakuá-genootschap. Hij stelt de voorouders of mythologische figuren voor en geldt als boodschapper en bewaker van het ritueel.

Volgens EcuRed is de íreme de symbolische voorstelling van de voorouders, die bij elke Abakuá-ceremonie worden opgeroepen. Op Driekoningen (6 januari) verkleedden leden zich vroeger als íreme; dat stond voor de terugkeer van de doden op aarde. Tegenwoordig is de íreme ook op het folkloristische podium te zien.
Het heilige geluid van het genootschap is de stem van de trommel ekué. Volgens de overlevering ontdekte de vrouw Sikán die stem in een vis, de reïncarnatie van koning Obón Tanzé. De íreme beweegt met scherpe, hoekige, staccato bewegingen, die soms de klanken van de ekué belichamen.
De columbia, de snelle solodans voor mannen, ontstond volgens EcuRed in en rond Unión de Reyes (Matanzas), op plekken die in handen waren van Abakuá-potencias. Ook de columbia-danser beweegt krachtig en snel, en zijn bewegingen worden geaccentueerd door de quinto.